Home.
Foto's.
Wie zijn wij....
Wist u dat....
Huidige projecten.
Tegenslagen.
Nostalgie.
Vakantieboerderij.
Gastenboek.
Contact.
Links.

Design by Sander Mulders www.sander.nl

Vakwerkboerderij.nl
Bakhuizen

De geschiedenis van de bakhuizen.

De schoonheid van ons heuvellandschap wordt gekenmerkt o.a. door de vele prachtige en eeuwenoude witte vakwerkhuizen en vakwerkboerderijen. Alle nog in Limburg bestaande bakhuizen hebben in onze moderne welvaartsmaatschappij hun oorspronkelijke functie verloren. In deze kleine huisjes werd vroeger met regelmaat brood en vlaai gebakken. Hiervandaan de naam “bakkes” [bakhuis]. In het zuiden van Limburg was het normaal dat het overgrote deel van de bevolking per dorp of buurtschap een eigen bakhuis bezat. Ze lagen meestal gescheiden van de woonhuizen, dit met het oog op het grote brandgevaar. Het was keizer Karel de Grote, die al in de 9e eeuw bepaalde dat op alle huizen met strodaken huislook geplant moest worden, een belangrijke brandpreventie maatregel. Een andere maatregel was de verplichting om het bakhuis ca 18 meter van het woonhuis af te bouwen.

 

Hoe werd het gebouwd?

In het Mergelland kun je het beste bekijken hoe zo’n bakhuis werd gebouwd. Op een voet van zware keien legde men 2 dikke draagbalken. Dwars hierover volgden meerdere lichte balken. Hierover kwam een leembed, aan de kanten gesteund door gemetselde muurtjes. Daarna volgde een laag kalk-zandmortel waarin plavuizen werden gelegd, die als ovenvloer dienden. Gelijk bouwde men het voorgeveltje, de schoorsteen en het afdak van de oven. Onder h et afdak stortte men een mengsel van grond en as. Hierover kwam een lemen koepel ter dikte van ca 15 cm. Het stookhuis, op z’n Limburgs het “Stoakes” genoemd, werd voor verschillende doeleinden gebruikt. In een bakhuis werd om de 2 tot 3 weken brood gebakken. Men bracht de ovens op temperatuur met 10 a 12 “sjansefakge” {takkenbossen}. Omdat dit veel tijd kostte werd bij de oven een verhoogd gedeelte gebouwd, het stookhuis.

Hierin bevonden zich de brood- en vlaairekken en de fruithorren, een zogenaamde multifunctionele ruimte. Men bewaarde er de “oameren” {houtresten} in een afgedankte voerketel. Kinderen speelden er graag, ouderen hielden er de “ungere” {middagdutje}. Bij slecht weer diende het als werkruimte. Men repareerde er paardentuig en manden, kloofde er brandhout en vlocht bijenkorven. De bakhuizen herbergen evenals de vakwerkhuizen een flinke brok historie.